|
22-06-2006 - Deel 4 oan realiseerde zich dat ze iemand omhelsde die ze net twee dagen kende en trok zich gelijk terug. “Sorry, het was niet de bedoeling om...�
“Geeft niet,� viel Duncan haar lachend in de rede. Hij keek haar aan en ze bloosde. Ze bekeek hem even van top tot teen. Hij was lang, had bruine krullende haren en een gespierd lijf. Hij was knap, dat wel.
Duncan boog zich langzaam naar haar toe, maar dat liet zij niet toe. Verward draaide ze zich om en liep weg.
Hij keek haar verbaasd na.
Een uur later zat Joan in de zadelkamer. Ze keek geïnteresseerd naar de mooie springzadels die op de zadelbokken lagen. Haar ogen richtten zich op de muur en daar hingen prachtige zwarte hoofdstellen met diamanten in de frontriemen. Het was de eerste keer dat ze hier was. Warren had het wel voor elkaar.
Er werd op de deur geklopt. Joan gaf toestemming om binnen te komen. Ze draaide zich om en zag Duncan staan. Hij keek wat beteuterd. “Het spijt me, het was niet de bedoeling je in verlegenheid te brengen.�
Joan glimlachte en zei: “Het geeft niet. Maar ik hoop dat je begrijpt dat ik dit niet kan doen. Net een week geleden is Warren overleden, ik kan hem dit dan niet aandoen.�
“Dat begrijp ik. Zal ik maar weggaan anders?�
“Nee, dat hoeft niet! We kunnen toch vrienden zijn?� Joan liep naar Duncan toe pakte zijn handen. “We hoeven er niet gelijk mee op te houden, ik ben juist blij met zulk gezelschap, dat heb ik echt nodig.�
Duncans gezicht klaarde meteen op. “Dus je bent niet boos?�
Joan begon te lachen. “Nee, natuurlijk niet! Het was alleen wat moeilijk voor me, daarom liep ik weg.� Ze trok hem mee naar buiten. “Ik heb ineens heel erg zin in paardrijden, kom mee!�
Dario stond alweer in de bak toen ze er aankwamen. “Volgens mij wordt Dario er wel gek van dat we hem de hele tijd op- en afzadelen,� lachte Joan. Ze liep naar het paard toe en hij keek op, kauwend op een graspol.
Automatisch pakte ze het zadel van het hek, legde het op Dario’s rug en singelde aan. Ook het hoofdstel om doen verliep vlekkeloos. Ze was ineens heel zelfverzekerd geworden, alsof er een andere Joan in haar naar boven was gekomen. Ze nam Duncans cap aan en sprong weer in het zadel. Rustig begon ze te stappen, ze kreeg dat geweldige gevoel weer.
“Klaar om een drafje te proberen? Hij is toch allang ingereden, dacht ik zo.� Duncan liep niet meer naast het paard, maar stond aan de bankrand te kijken.
Joan aarzelde even. Misschien kon ze niet goed blijven zitten, misschien viel ze er wel af. Die gedachte zette ze uit haar hoofd, natuurlijk viel ze er niet af! Ze slikte en drukte haar kuiten wat meer aan. Het paard begon actiever te lopen. Nog een keer drukte ze haar kuiten aan, Dario begon te draven. Als vanzelf begon Joan te lichtrijden. Achter haar hoorde ze Duncan klappen, dat gaf haar wat meer moed. Nog meer drukte ze haar kuiten tegen de buik van het paard en hij ging over in galop. Joan deed even haar ogen dicht, wat een prachtig gevoel.
Ze bleef een paar rondjes in galop en ging daarna weer over in draf. Ten slotte liet ze het paard stappen en liet de teugels vieren. “Het is me gelukt! Ik kan het nog!� riep ze uitbundig.
“Ik zei het toch!� riep Duncan naar haar toe. Enthousiast knikte ze en beloonde Dario goed. Daarna stapte ze af en omhelsde het grote paard. “Je bent een superpaard Dario!� zei ze, terwijl ze haar ogen even dicht deed. Opeens liet ze het paard los en deed een stap achteruit. Dario scheen het niet erg te vinden en snuffelde aan het zand dat in de bak verspreid lag.
“Wat is er?� Duncan kwam naar haar toe gelopen. In een paar grote stappen was hij bij hen en hij keek van Joan naar Dario.
Joan krabde nerveus aan haar neus. “Duncan, hoe oud is Dario?� Ze bekeek het paard goed.
“Hij is drieëntwintig jaar, dus al flink op leeftijd. Waarom vraag je dat?� Hij keek haar achterdochtig aan. Het bleef stil. Hij zocht haar ogen, maar ze hield haar ogen op het paard gericht. “Joan, ken je dit paard?� Hij ging voor haar staan, waardoor hij haar geen kans meer gaf naar Dario te kijken.
Joan liep om Duncan heen en bekeek het paard goed. Hij had een smalle bles, één witte voet en een klein wit vlekje op zijn borst. “Dat kan niet! Dat kán niet Maduro zijn!� Ongelovig bekeek ze hem nog eens, wijzend naar het witte vlekje op zijn borst. “Hij heeft gewoon precies dezelfde aftekeningen!�
Duncan leek geschrokken te zijn. “Wat zeg je? Maduro?� Bij het horen van de naam spitste het paard zijn oren. “Dit meen je niet! Hoe ken je hem?�
Joan liet zich in het gras vallen. Haar hand ging even door haar haren, terwijl ze nog steeds met grote ogen naar Dario keek. “DÃt is het paard waar ik vanaf ben gevallen, het paard die ervoor zorgde dat ik mijn been brak,â€? stamelde ze. Er ging een rilling door haar heen.
“Weet je dat heel zeker?� vroeg Duncan haar. Hij keek haar strak aan, maar kreeg haar blik niet te pakken.
“Dat weet ik heel zeker,� zei ze. Een beetje verward stond ze op en liep naar het paard toe. “Maduro?� zachtjes vroeg ze de aandacht van het paard. Hij reageerde door met zijn oren te bewegen. Even zwiepte zijn staart tegen haar aan. Ze legde haar hand op zijn hals en hij brieste. “Ik kan niet geloven dat jij het bent, je bent zo veranderd,� fluisterde ze. Langzaam ging haar hand over de hals.
Duncan ging verderop in het zand zitten, hij wilde dit moment niet verstoren.
Met tranen in haar ogen bleef ze het paard aankijken, nog steeds zacht met haar hand over zijn hals strelend. Opeens hield ze op en draaide ze zich om naar Duncan. “Wat is hij veranderd zeg,� zei ze tegen hem.
Duncan haalde zijn schouders op. “Ik weet niet hoe hij eerst is geweest. Maar als jij zegt dat hij is veranderd, zal dat wel zo zijn.� Hij liep naar hen toe en pakte de teugels. “Ik moet naar huis, ik moet de honden nog uitlaten.� Hij sprong op Dario en draafde de bak uit, op weg naar huis, zonder ook maar afscheid te nemen.
Verbaasd keek Joan hem na. Wat zou er met hem aan de hand zijn? Een beetje somber sjokte ze naar de wei. De paarden stonden nog te grazen. Ze keek op haar horloge, het was al drie uur. Even overwoog ze om naar de zadelkamer te lopen en een zadel te pakken, maar nam de stap toch niet en pakte een poetskist. Met een halster en halstertouw leidde ze Royena uit de wei en zette haar vast aan een paal. Het was heerlijk weer, dus Royena stond lekker te genieten van de zon. Joan ging met alle borstels over haar heen, zodat de merrie er weer wat schoner uitzag. “Morgen ga ik je wel wassen,� mompelde ze en zette haar weer terug in de wei.
Joan kreeg er meer zin in en besloot gelijk alle paarden te borstelen. Het duurde een hele tijd, maar ze vond het fijn om even afgeleid te zijn.
Een paar uur later zat ze op een bankje voor de stal van de zon te genieten, tot ze opeens Jacky hoorde blaffen. Met een opgetrokken wenkbrauw keek ze wat er aan de hand was. Jacky bleef door blaffen. Toen kwam er een vreemde, zwarte hond het erf op rennen. De twee honden begonnen elkaar te besnuffelen, nog steeds blaffend.
“Jacky! Kom hier!� commandeerde Joan fel, maar de hond wilde niet luisteren. Boos rende ze naar haar hond toe en trok hem van de andere hond af.
“Laat ze toch lekker,� bromde een stem. Ze keek op en zag dat het Duncan was. Hij had een lange jas aan, zijn handen in de zakken gestoken. “Ze zijn aan het spelen, zie je dat niet?�
“Hé, waar was jij nou heen net?� Joan liep glimlachend naar hem toe, maar Duncan deed een stap achteruit.
“Ik moet verder.� Hij wilde weglopen, maar Joan pakte hem bij zijn arm. “Wat is er aan de hand met jou? Waarom doe je ineens zo raar?�
“Ik doe niet raar, jÃj doet raar!â€? Hij schudde Joans hand van zijn arm en liep snel weg. Een schelle fluit zorgde ervoor dat de zwarte hond hem volgde. Jacky wilde achter hem aanrennen, maar Joan verbood hem dan. Gehoorzaam bleef hij zitten. “Ik begrijp het niet Jack, waarom doet hij toch zo raar?â€? Ze ging op haar hurken bij de hond zitten en schudde haar hoofd. “Ik dacht dat hij me mocht, waarom lijkt het dan alsof dat niet zo is?â€?
Het enige wat de hond deed was haar hand likken, zijn manier om haar te troosten. Joan lachte, wat kon Jacky toch goed voelen wat er aan de hand was. Ze stond op en liep naar binnen. “Kom Jack, we gaan eten.�
Gepost door: Eef_overwonnen op 22-06-2006 om 13:55
|
|
18-06-2006 - Deel 3 De volgende ochtend werd Joan al vroeg wakker. De ochtendzon scheen door haar raam en verlichtte de slaapkamer. In een seconde was ze uit bed en liep fluitend naar de badkamer. Na een verfrissende douche trok ze gelijk een oude broek en oude schoenen aan. Ze keek op haar horloge. Half zeven. Een mooie tijd om de paarden te voeren. Ze gaf eerst even snel Jacky brokken en nam hem daarna mee naar buiten.
Na een paar uur met de paarden bezig te zijn geweest, bedacht ze dat ze nog helemaal niet had ontbeten. Nadat ze de paarden in de wei had gezet, liep ze op haar gemak naar binnen om een boterham klaar te maken.
Op het moment dat ze haar broodje in haar mond stopte, hoorde ze in de verte hoeven op de grond knarsen. Ze deed de voordeur open en zag dat Duncan daar weer aankwam. Hij zwaaide naar haar en zij zwaaide terug. Even trok hij een raar gezicht en Joan vroeg zich af waarom hij dat deed. Met een schele blik op het broodje in haar mond begreep ze het en haalde hem eruit.
“Eet smakelijk!� riep Duncan haar toe. Hij sprong behendig van Dario en nam hem aan de hand mee naar de voordeur. Joan trok een grimas en vroeg of hij wilde blijven. Hij stemde in en ze liepen naar de wei. Duncan zadelde Dario af en zette hem bij de anderen in de wei. Even snuffelden de paarden aan hem, maar al gauw stonden ze weer op een graspol te kauwen.
Even bleven de twee mensen staan kijken, maar daarna verbrak Duncan het moment. “Ga je vandaag nog rijden?� Joan keek hem even in zijn vriendelijke blauwe ogen, maar sloeg ze daarna neer.
Ze was nog niet van plan om te gaan rijden de komende tijd, dat durfde ze nog niet. “Ik weet het nog niet,� besloot ze als antwoord te geven. Ze ging in het gras zitten en begon met een grassprietje te spelen.
Ook Duncan ging zitten en keek haar vragend aan. Ze begreep hem. “Er zit nogal een lang verhaal achter.�
“Ik heb de tijd.�
Joan zuchtte even diep en begon te vertellen. Onder het vertellen keek ze Duncan af en toe even aan, hij leek aandachtig te luisteren. Dat vond ze fijn, om iemand te hebben die echt aandachtig naar haar luisterde. Dat was wel een minpunt van Warren, hij was altijd een beetje afwezig, als hij al in het huis was, las hij de krant of zat hij televisie te kijken. En anders was hij altijd buiten. Joan kon dan nooit haar verhalen kwijt.
Aan het eind van haar verhaal liet ze zich achterover vallen en keek naar een groepje wolken, dat langzaam voorbij dreef.
Duncan volgde haar beweging en zweeg. Af en toe keek Joan even opzij, maar er kwam geen reactie. Na een tijdje stond Duncan op en leunde tegen het hek. “Gecondoleerd nog,� zei hij over zijn schouder.
Joan glimlachte en bedankte hem zachtjes. Ook zij stond op, maar liep in de richting van het huis. “Ga je mee?� vroeg ze, waarop Duncan een bevestigend antwoord gaf.
Binnen maakte Joan nog een boterham klaar, deze keer voor Duncan. Hij was naar het herdenktafeltje gelopen en keek vol bewondering naar de paardenfoto. “Je echtgenoot hield veel van ze, hè?�
Joan keek over haar schouder en knikte. “Ze waren na mij degene waar hij het meeste van hield.�
“Dat is wel te zien. Waarom staat er geen foto van jou en Warren?�
“Er was simpelweg niemand die ons kon fotograferen. Ik was altijd degene die de foto’s maakte, want hij kon niet goed met het toestel omgaan.� Ze lachte bij de gedachten dat Warren altijd aan het prutsen was met het ding.
“Wat vind je ervan om het vandaag eens te proberen?� Duncan nam de boterham aan en nam er een flinke hap van.
Vragend keek Joan hem aan. “Wat proberen?�
“Rijden.�
Joan keek hem een beetje geschrokken aan. Nu al? Ze begon net weer te wennen aan de paarden, nu alweer rijden zou nog teveel voor haar zijn. Langzaam schudde ze haar hoofd. “Ik kan het niet,� zei ze zacht.
Duncan legde zijn hand onder haar kin en duwde die omhoog. “Je kunt het best, je hoeft ook nog niet gelijk te gaan galopperen, we gaan het voorzichtig opbouwen. Je kunt het best, geloof me.� Zijn warme glimlach haalde haar over.
“Zullen we dan maar naar buiten gaan?� vroeg ze aarzelend. Hij knikte en ze liepen naar buiten.
“We kunnen wel beginnen op Dario, hij is geen moeilijk paard. Jij mag hem opzadelen, ik houd hem vast.�
Nadat Duncan Dario uit de wei had gehaald, pakte Joan het zadel en legde het voorzichtig op de rug van het paard. Dario verroerde zich niet, hij bleef rustig stilstaan. De moed kroop al wat omhoog, toen ook het aansingelen soepel verliep.
“Het gaat goed zo, toch?� Duncan gaf Dario een klopje op zijn schouder. Joan knikte blij. Nu was het hoofdstel aan de beurt. Ze legde de teugels om zijn hals en probeerde het bit in te doen. Het paard stribbelde tegen en gooide zijn hoofd omhoog. Van schrik liet Joan het hoofdstel vallen en deinsde achteruit.
Duncan pakte het hoofdstel op en gaf het weer aan Joan. “Kom, probeer het nog eens.�
Joan schudde heftig haar hoofd, dat probeerde ze niet nog eens. Maar toch kon hij haar overhalen om het nog eens te doen, deze keer lukte het gelukkig wel. Joan glimlachte toen ze het paard rijklaar had gemaakt.
“Dat was de eerste stap. Nu neem je hem mee de bak.� Duncan wees naar de rijdbak die naast het weiland lag.
Joan slikte even en trok zachtjes aan de teugels. Er gebeurde niets. Ze klakte even met haar tong en Dario kwam in beweging. Nog een keer klakte ze en hij begon sneller te lopen.
Bij de bak aangekomen zei Duncan dat ze nog eens moest aansingelen. “Dat was stap twee. Nu de volgende stap, opstappen.�
Er ging even een rilling door Joan heen. Het opstappen was de eerst stap naar het echte rijden. Ze verzamelde al haar moed en zette haar linkervoet in de stijgbeugel. Met een soepele zwaai gooide ze haar been over het zadel en daar zat ze. Ze deed Duncans cap op en hij deed de beugels voor haar op maat.
“Dat was toch niet zo moeilijk? Nu drijf je hem rustig aan, ik blijf naast je lopen.�
Maar dat ging Joan te ver, daar was ze nog niet klaar voor. “Nee, nu vind ik het genoeg voor vandaag. Ik ben nog niet klaar om te rijden, ik wil nog niet.� Vastbesloten stapte ze weer af en gaf de cap aan Duncan terug. Op een snel tempo liep ze terug naar de wei, Duncan en Dario achterlatend in de bak.
“Ik kan het nog niet, Jer.� Ze zat naast de schimmel in het gras en was verbaasd dat ze hem zo noemde, alsof ze hem al zo lang kende. Verderop zag ze dat Duncan Dario weer afzadelde en in de bak achterliet. Rustig liep hij naar de wei, waarna hij op Royena afliep. Ze begroette hem met een zachte bries, maar ging daarna verder met grazen. Duncan aaide haar even. Hij keek in de richting van Joan, die snel haar ogen neersloeg.
“We kunnen morgen verdergaan, als je dat liever wilt,� zei hij zacht toen hij weer naast haar kwam zitten.
Joan haalde haar schouders op. “Misschien kunnen we het zo nog eens proberen. Het moet toch een keer gebeuren.� Ze keek hem in zijn blauwe, heldere ogen.
Hij knikte en zweeg. Zo zaten ze een half uur lang, allebei diep in gedachten verzonken. Joan schrok op uit haar gedachten toen ze een luide hinnik hoorde. Ze keek om naar de bak en zag Dario en Mondy aan elkaar snuffelen. Ze begon te lachen, het leek of ze elkaar leuk vonden. Ook Duncan moest lachen. “Ze vinden elkaar leuk.� Het leek of hij haar gedachten las. Joan stond op en zuchtte. “Zullen we?� Ze keek hem vastberaden aan en hij glimlachte. “Vooruit dan maar.�
Na Dario weer te hebben opgezadeld, ging Joan in het zadel zitten. Zachtjes drukte ze haar kuiten tegen zijn buik. Voorzichtig begon het paard te lopen. Joan kreeg een raar gevoel in haar buik. Wat was het een tijd geleden dat ze had gereden! Er verscheen een glimlach op haar gezicht, die een hele tijd bleef. Wat was het een geweldig gevoel. Zo reed ze een paar rondjes over de hoefslag. Na een tijdje liet ze Dario halt houden. Duncan stak zijn duim naar haar op. “Goed zo! Wat pak je de draad snel weer op zeg!� complimenteerde hij haar en gaf haar een knipoog.
Joan glimlachte breed en sprong behendig van Dario af. “Het is me gelukt!� Glunderend keek ze hem aan en vloog hem om de hals. Even kreeg ze er een raar gevoel bij, het was net of ze Duncan haar hele leven al kende.
Gepost door: Eef_overwonnen op 18-06-2006 om 00:39
|
|
16-06-2006 - Deel 2 Gelukkig werkte iedereen goed mee, dus had ze ze binnen een kwartiertje binnen. Daarna liep ze naar de voerkamer om de hooinetten te vullen. Gulzig begonnen de paarden te eten. Met een lach op haar gezicht gaf ze iedereen een aai over hun neus en vertrok weer naar binnen. Jacky hobbelde vrolijk achter haar aan.
Eigenlijk vond ze het helemaal niet erg om bij de paarden te zijn. Sterker nog, ze vond het leuk! Ze hing haar jas op en besloot aan het koken te beginnen, het was al half zes.
Weer keek Jacky haar vragend aan. Natuurlijk, hij moest eerst eten. Ze maakte eten voor hem klaar en begon daarna met rijst te koken. Onder het koken liep ze af en toe even naar het herdenkingstafeltje van Warren. Er stond een foto van hem en alle paarden om hem heen. Ook stond er een uitvergroting van een pasfoto.
Het waren mooie foto’s. Er rolde een traan over haar wang, die ze snel weer weg veegde. Met een bedrukt gevoel liep ze weer terug naar het fornuis. Na het eten gooide ze de restjes van het eten in Jacky’s voerbak. Jacky keek haar dankbaar aan en at alles op.
Daarna liep hij terug naar zijn mand, waar hij met een tevreden zucht neerplofte.
Joan lachte. Ze keek naar buiten; het begon te schemeren. Even aarzelde of ze binnen bleef, maar pakte toch weer haar jas. Jacky moest ook nog uit, dus dan kon ze ook gelijk nog even bij de paarden kijken.
Fluitend vertrok ze in de richting van het bos. In de verte zag ze de stallen staan, waarin drie van de vijf hoofden naar buiten waren. Een glimlach streek over haar gezicht.
Dromend liep ze over het voetpad. In een mum van tijd werd ze uit haar dromen gehaald door een hinnik en een schreeuw. Geschrokken keek ze op en zag vlak voor haar een paard. Een groot paard. Stokstijf bleef ze staan, terwijl ze met grote ogen naar het paard keek. Er zat een man op, hij had duidelijk moeite om het dier in bedwang te houden. Opeens kwam hij omhoog, zijn hoeven maaiden vlak langs Joans gezicht. Van schrik viel ze achterover.
“Rustig nou!� hoorde ze de man roepen. Ze hoorde het knarsend neerkomen van hoeven op schelpen. Toen ze niets meer hoorde, deed ze voorzichtig haar ogen open. Het paard stond hijgend stil, met de man naast zich. Hij aaide het paard over zijn hals, terwijl hij zacht tegen hem praatte.
“Gaat het?� vroeg de man, zijn hand aanbiedend. Met een kloppend hart nam ze zijn hand aan en stond op. Hij glimlachte naar haar, dat stelde haar gerust. Met knikkende benen liep ze naar het paard toe, haar hand reikte naar zijn hals. Achterdochtig keek het paard haar aan, ze trok snel haar hand terug.
“Hij doet niets hoor, hij heeft alleen wat moeite met het leren kennen van mensen.� Zijn blik ging naar het paard, die zijn oren naar voren draaide. Hij voelde zich duidelijk op zijn gemak bij de man.
Nogmaals stak de man zijn hand uit. “Ik ben Duncan.�
Joan nam de hand aan en schudde deze. “Ik heet Joan.� Er ging een flits door haar heen. “Waar is Jacky?� vroeg ze zich hardop af. Ze keek om zich heen, maar er was geen hond te bekennen. Een beetje bezorgd begon ze haar hond te roepen. “Jacky!� Even bleef ze staan wachten en zuchtte opgelucht toen ze hem aan zag rennen in de verte. Kwispelend kwam hij bij haar en Joan gaf hem het zitcommando. “En nu niet meer zomaar weglopen hè?� zei ze lachend.
Terwijl ze in de richting van haar huis liepen, raakten ze aan de praat. Joan vond het fijn om weer eens met iemand te praten. Dat had ze al een week niet gedaan en ze begon zich best eenzaam te voelen.
Enthousiast liet zij hem de paarden zien. Geïnteresseerd liet Duncan zich alles vertellen over de dieren, terwijl hij nog steeds met zijn eigen paard aan de hand liep.
Aan het eind van de rondleiding stonden ze weer op het voetpad. Ze keken elkaar aan, waarna Duncan weer op zijn paard stapte. “Ik denk dat Dario het leuk zal vinden als hij je vaker ziet.� Hij klopte het paard op de hals en naam zijn teugels korter in zijn handen.
Joan knikte en zei: “Dat zal vast gebeuren.� Ze zwaaide hem uit, terwijl het knarsende geluid van hoeven op het voetpad langzaam wegstierven. “Ik zie je wel weer,� fluisterde Joan, terwijl ze hem nakeek.
Gepost door: Eef_overwonnen op 16-06-2006 om 22:17
|
|
11-06-2006 - Deel 1 Met een zucht legde Joan een laatste hand op het graf. Het was nu precies een week geleden dat haar man, Warren, was overleden. Het graf zag er mooi uit, de grafsteen was nog helemaal nieuw van kleur en er lagen veel mooie bloemen op en omheen. Er waren veel mensen op de begrafenis geweest. De meeste mensen kende Joan niet eens goed, het waren vele mensen waar Warren contact mee had via de paarden. Joan was nooit bij de paarden, sterker nog, ze haatte ze. Vroeger overigens niet. Nee, vroeger hield ze heel veel van paarden, ze had zelfs 8 jaar op paardrijden gezeten. Maar toen ze met een manegepony een buitenrit ging maken, sloeg de pony op hol en viel ze. Ze brak daarbij haar been. Vanaf toen heeft ze stug volgehouden om nooit meer een paard aan te raken.
Met een traan over haar wang rollend stond Joan op en klopte het zand van haar broek. Terwijl ze langzaam naar de uitgang van de begraafplaats liep, dacht ze aan de belofte die ze Warren had gedaan, vlak voordat hij overleed. Ze zou al zijn paarden verzorgen, omdat hij hen had beloofd dat ze bij hem zouden blijven tot het einde. Weliswaar was die belofte al verbroken, maar hij wilde hen toch niet kwijt, ook al was hij er zelf niet meer. Er ging even een rilling door haar heen. De gedachte dat ze weer met paarden zou moeten werken vond ze niet leuk. Ze trok de rits van haar jas nog wat verder dicht en knikte even kort naar een man die langs haar liep.
Het was een grauwe dag, de lucht was grijs en er viel motregen. Op weg naar huis liep Joan langs een weiland. Er stonden twee paarden in, allebei hadden ze een deken op en stonden ze rustig te grazen.
Snel liep ze door, ze had er even geen zin in.
Thuis aangekomen legde Joan haar jas over de verwarming. De bruine labrador die bij haar woonde, kwam met een kwispelende staart op haar af rennen. Ze glimlachte en beantwoordde zijn begroeting met een aai.
Terwijl ze naar de woonkamer liep, bedacht ze wanneer ze naar de paarden zou gaan. Buiten zag ze hen staan, het waren er vijf. Drie ruinen en twee merries, waarvan één merrie drachtig was. De ondergaande zon streek over het uitgestrekte weiland.
De afgelopen week werden de paarden door de buurman verzorgd, hij had zelf vakantie en hield ook van paarden. Maar deze week moest hij weer aan het werk, waardoor hij helemaal geen tijd meer had voor de paarden. Dat betekende dat Joan het dus moest doen.
Ze zakte neer op de bank en zette de televisie aan. Er stond een programma aan, een documentaire. Er werd een vrouw op een paard geholpen, maar ze leek het niet leuk te vinden.
Joan sloot even haar ogen, maar deed ze gelijk weer open toen ze de man op de televisie hoorde praten: “De beste manier om je angst voor iets te overwinnen, is om met datgene waarvoor je bang bent in aanraking te komen.�
Zou het zo zijn? Zou ze over haar angst voor paarden heen komen door met ze om te gaan? Misschien wel. Ze besloot om naar buiten te gaan en de paarden eens binnen te halen. Terwijl ze haar jas aantrok keek De bruine Jacky haar aan. “Wil je ook mee?� vroeg Joan, waarop de hond kwispelend tegen haar op sprong.
Ze deed de voordeur open en Jacky rende naar buiten. Het werd mistig, zag ze. Terwijl ze de deur achter zich dichtdeed, floot ze twee keer op haar vingers. Jacky kwam opgewonden aangerend.
“Naast!� commandeerde ze haar hond, die gehoorzaam naast haar bleef lopen.
Toen ze bij de wei aankwam, keken de paarden even op van het grazen. Aarzelend ontgrendelde ze de wei, de paarden kwamen nieuwsgierig aangelopen.
Tegen het hek aan leunend haalde ze een papiertje uit haar zak. Er stonden namen en kleuren op. Even keek ze naar de paarden. Het bonte paard heette Mondy. Naast Mondy stond het zwarte paard die Journey heette, verderop in het weiland stond een isabel-kleurig met korte manen: Royena. Helemaal vooraan stonden Persey en Jerry, de vos en de schimmel.
Warren was altijd al trots geweest dat hij 5 verschillende kleuren paarden had. Allemaal had hij ze bij de paardenmarkt gekocht, allemaal waren ze er slecht aan toe. Ze glimlachte bij de gedachte dat haar man zo’n dierenvriend was geweest.
Joan haalde eerst Persey uit de wei. Gelukkig werkte hij goed mee, maar het was dan ook al een best oud paard. Op de staldeuren stonden de namen. Het waren knusse stallen, met een mooi houten naambordje erop. Ze leidde Persey zijn stal in. Persey begon gelijk te zoeken naar hooi, maar kon niets vinden. “Je krijgt zo meteen hooi,� beloofde ze hem.
Gepost door: Eef_overwonnen op 11-06-2006 om 13:35
|
|
|